Veertien jaar is niet niks

Marc belde net.
Onze centrale gast van morgen, Serge Haderman, heeft afgezegd. Hij ligt ziek in bed. Tja, dan lukt het niet natuurlijk. Onze laatste aflevering van dit seizoen zal er dus eentje worden zonder al te veel gedoe. We zullen onze plan wel trekken, dat zijn we gewend.

Na morgen volgt een zomerstop van twee maanden. We beslissen daar helemaal zelf over, dat is het voordeel. De zomer van 2015 zal geen onbelangrijke zomer worden, zowel voor Marc als voor mezelf. Laat ik voorzichtig zijn en voorlopig enkel spreken voor mezelf. 2015 is een scharnierjaar aan ‘t worden. In het leven heb je van die jaren waarop je later terug kijkt met een scherpere blik. Jaren waarvan je pas in de toekomst ziet welke rol sommige mensen hebben gespeeld en wat de betekenis van bepaalde beslissingen is geweest voor je leven. Dit jaar is er voor mij zo eentje. Ik weet dat ik binnen pakweg vijf jaar terug zal kijken op dit tijdvak met meer wijsheid en meer ervaring. Daarom koester ik deze weken en deze maanden.

Afscheid nemen hoort daarbij. Afscheid van het gebouw waarin ik 14 jaar heb rond gelopen. Afscheid van mensen, zonder dat ze het zelf beseffen. Dezer dagen kom ik soms collega’s tegen die ik al maanden niet gezien heb en nu plots weer wel. Dan kijk ik hen na met de zekerheid dat ik hen hierna nooit meer ga zien. Veertien jaar is niet niks, zei een collega vorige week. Dat klopt, het is niet niks. Maar zelfs veertien jaar gaan voorbij. Zoals alles.

Hoeveel jaar volgen er nog?
Geen idee. Maar één ding staat vast: een aantal van de komende jaren zal ik moeten gebruiken om de voorbije veertien jaren los te laten.

(Geplaatst op: 27 juni 2015)

Joepie en Suzy.

Sylvain Tack

Elke zondag hebben we in het programma een radiofiguur te gast die we – een beetje al schertsend – na een uitgebreid gesprek bijzetten in de Galerij der Radiofieten. De man/vrouw die dan te gast is, dient te voldoen aan een aantal voorwaarden. Samengevat: hij/zij moet wat betekend hebben voor de radio.

Het is echtwaar doodzonde dat we Sylvain Tack niet meer kunnen uitnodigen. Sylvain is de man die o.m. de uitvinder was van de Suzy Wafels, de Joepie en niet in het minst van de Vlaamse piratenzender Mi Amigo. Voor mij blijft hij voor altijd de man die de ballen had om op 1 september 1974 een dikke neus te zetten in de richting van de overheid, maar ook wel naar de Ollanders van Radio Veronica en Radio Noordzee die de dag daarvoor de pijp aan Maarten gaven en netjes uit de lucht gingen. Sylvain zei ongeveer iets als: ‘Kust ze jongens, pak me dan als je kan’ en hij vertrok richting illegaliteit en richting Spanje.

Dat soort mannen hebben bij mij altijd wel een streepje voor, in hoeveel gevangenissen ze later ook nog gezeten mogen hebben omdat ze een domme fout hebben begaan. Ja, drugs smokkelen is niet echt van het verstandigste dat een mens kan doen.

Anyway. Sylvain Tack is een naam die niet mag worden vergeten, ook al kunnen we hem nooit meer vragen als centrale gast in Zondag Zondag. Een paar jaar geleden was Jean-Luc Bostyn van Radiovisie van plan om een film te maken over het leven van Sylvain. Er is nog niets gekomen van dat stoutmoedige plan. Ook dat is echtwaar doodzonde. Jean-Luc man, ik zal een tip geven: maak gebruik van de moderne technieken om je plan te verwezenlijken. Doe een beroep op alle mogelijke fans van de piratenzenders en financieer de hele zaak d.m.v. crowdsourcing. Er zijn genoeg projecten die tegenwoordig verwezenlijkt worden met geld van de mensen die willen dat die projecten er komen. Dus het kàn. Ik nodig je hierbij uit om gratis reclame te komen maken in ons programma, als je mocht besluiten om het die manier te proberen. En terzijde: jij bent ook één van de mannen die zeker een plaats mogen krijgen in de Galerij der Radiofieten. Wat jij met je Radiovisie indertijd betekende voor het medium, is niet niks.

Ah ja, hoe kom ik hier nu eigenlijk op?
Welnu, iemand die het goed met mij meent, stuurde mij een link naar een nieuwsuitzending op Ring TV. Het fragment gaat over de geplande film waar ik het over had. En de presentator van dienst is Geert Van Hassel, een man waaraan ik goeie herinneringen  heb overgehouden uit mijn Donkere Periode bij Family Radio in Brussel. Geert jongen, bedankt om nog eens aan Sylvain te denken. Joepie!

(Geplaatst op 17 juni 2015)

In het begin was het woord

Met precies dezelfde titel begon ik mijn allereerste stukje op mijn allereerste blog, op 2 augustus 2004. Het lijkt mij niet meer dan symbolisch om die titel nogmaals te gebruiken bij het begin van Ben’s Blog (The Sequel). De bijbel is ooit ook zo begonnen. Wie ben ik in godsnaam om de moeder aller blogs in twijfel te trekken?

(tussenstukje: de afgelopen tien minuten heb ik mezelf zitten verbazen over de harde realiteit. Mijn allereerste stukje schreef ik dus bijna elf jaar geleden. Begot. Je kan daar op twee manieren mee omgaan: ofwel beginnen huilen, ofwel accepteren dat de tijd een onverbiddelijk monster in je leven is, je wonden likken en weer opstaan. Het zal dat laatste worden, vrienden.)

Ik ga proberen om op regelmatige basis nieuwe stukjes te schrijven. Proberen is hier het sleutelwoord. We zullen wel zien. Weet je wat? Ik zal er mee doorgaan zolang ik er plezier aan beleef. Is dat een goeie afspraak? De afgelopen jaren heb ik iets te veel het belang van plezier onderschat. Een mens kan zich maar stretchen tot het elastiekje breekt.

Tweede afspraak: je zal deze stukjes op verschillende plaatsen vinden. Uiteraard op mijn bestaande blog (www.benvanpraag.be) maar ook vaak op de site van Zondag Zondag (www.zondagzondag.be).

Het webwijf heeft daar een plekje voor mij voorzien onder de schitterende titel Ben schrijft u toe. Over het webwijf zal ik op deze plek nog wel de nodige woorden schrijven, dat beloof ik u. Alsmede zullen aan bod komen nog een aantal andere personen die tegenwoordig een rol spelen in mijn leven. Zoals uiteraard de Marc. Ja, die geraak ik dus niet kwijt hé. Al een dikke 30 jaar kruisen onze wegen elkaar. Nee. Onze wegen lopen zowat parallel, da’s een accuratere omschrijving.

Aangezien ik deze stukjes aan de kapstok Zondag Zondag ga ophangen, zullen de personen/personages die je daar hoort, ook hier voorbij komen. Danny van Paesschen bijvoorbeeld. De man die Marc en mij weer op de radio bracht vorig jaar. Ik kom daar nog op terug.

De Joeri dreigt ook alweer een vaste waarde te worden. De binding met de eerste Zondag Zondag, zeg maar. Verder zou ik u graag willen voorstellen aan Frank De Laet, de man die we gebombardeerd hebben tot onze mediareporter, onze eigen Showbizz Bart dus. Frank is een man van het juiste soort, laat ik daar vooral duidelijk in zijn vanaf het begin.

Ook zijn daar een aantal gasten die de afgelopen weken in de show zijn gepasseerd en waarvan enkele recht uit mijn eigen verleden komen. Peter Hoogland bijvoorbeeld. Of Marc Huylebroeck, die vorige week nog te gast was en mij verbaasde met zijn hoge enthousiasmerings-gehalte. Moeilijk om daaraan te weerstaan als hij eenmaal op dreef is. Hij was al op dreef vanaf het derde woord dat hij sprak. Jeroen Gorus knalde ook vanuit mijn verleden naar het heden. En zo gaat het maar door. Chris Van Opstal blijft in mijn leven een geval apart, ook nu weer. Hij was drie weken geleden onze centrale gast, en hij had zijn eerste woorden gesproken in de show toen de verbinding met de zender van Randstad Classic FM het begaf. Echter, ijzig kalm èn koelbloedig als we zijn, gingen Marc en ik onverdroten door met het programma (we nemen elke week alles op). Het uur met Chris zullen we volgende week in zijn geheel uitzenden.

Hoe gaat het trouwens met de andere kant van mijn leven? De kant van het fijne kabelbedrijf dus. Awel, ik kan daar kort over zijn. Ik zal daar binnenkort eens een apart stuk aan wijden. Binnenkort, maar nu nog niet. Het beest in mijn kop is nog aan ‘t knabbelen. En dat beest moet eerst zwijgen en stoppen met knabbelen. Ja, dàt is nu eens een geheimzinnige alinea, ik weet het.

Voorlopig hou ik het bij de kant van mijn leven die samenhangt met mijn eerste liefde. De kant die te maken heeft met radio. De ergernis van de week heeft daar ook mee te maken, met radio. Maar ik zal het daar zondag over hebben, in een ongetwijfeld spannende discussie met de Marc. 

Sinds we opnieuw radio maken, begint één waarheid zich steeds duidelijker af te tekenen. En als ik mijn levensmotto als gevolg daarvan zal moeten bijstellen, dan moet het maar.

Alles gaat voorbij, maar liever morgen dan vandaag.

(Geplaatst op: 12 juni 2015)

Witte muren en blauwe deuren

diverse_11Eergisteren had ik het toch over de omheining rond de Witte Villa? Die omheining stond er niet van in het begin, hoor. Je moet je proberen voor te stellen hoe we in Asse beland waren. Het eerste anderhalf jaar van zijn bestaan zond Maeva uit vanop een appartement in Ukkel. Dat zuig ik niet uit m’n duim, ‘t staat in de radiogeschiedenisboeken. Nadat we in januari 1982 voor de eerste keer in beslag werden genomen, een aantal keer teruggekomen en steeds opnieuw opgepakt, besloot de BOB tenslotte het appartement te verzegelen. Dat fantaseer ik niet, ik heb de zegels nog steeds. Zelf van de deur getrokken. Zou dat na 23 jaar nog strafbaar zijn?

Soit, we waren onze vaste stek in Ukkel dus kwijt en we moesten op zoek naar iets anders. Er brak een tijd aan van op de dool zijn, van hier en daar uitzenden uit allerlei noodstudio’s, van betogingen en demonstraties, dagelijks tientallen lezersbrieven in de kranten en patati en patata. ‘t Was spannend en avontuurlijk en de luisteraars waren vastgeklonken aan de radio en elke keer als onze tune plots op de radio klonk, verwachtte de Maevafan te horen dat we opnieuw uit de lucht moesten. Ik herinner me dat ik op een dag als practical joke midden in Wekkerwacht een plaat onderbrak en de tune startte, een paar minuten wachtte en toen doodleuk zei: “Dit is Radio Maeva op 103.5. Luisteraars, blij dat u er bij bent“. De telefoon ging even later en Patrick Valain liet weten dat hij bijna bezweken was aan een hartaanval. Gelukkig had Patrick een redelijk gevoel voor humor, haha. [whohit]Witte muren[/whohit]

Maar: zo kon het natuurlijk niet eeuwig blijven doorgaan.
We zaten uit te zenden vanuit de garage van Noël Dhondt toen we van Valain te horen kregen dat Maeva een definitieve nieuwe uitzendlocatie had gevonden. Ergens in Asse, op het hoogste punt van Vlaanderen blijkbaar, hadden ze een leegstaand huis gevonden waar we zouden gaan wonen. ‘t Moest enkel nog een klein beetje opgeknapt worden, zei onze grote roerganger. Jaja. Het bleek net geen krot te zijn, maar de muren stonden nog recht gelukkig. Op een paar weken tijd knapten we het huis inderdaad op, met veel hulp van onder meer Achiel en Denise. Toen de muren tenslotte mooi wit waren geverfd en de deuren hemelsblauw, was het een behoorlijk bewoonbaar gebouw waar Arie, Marc en ik konden gaan wonen. Een paar slaapkamers, een badkamertje, een keuken en een woonkamer, meer moest dat niet zijn voor drie avontuurlijke jongens in de fleur van hun leven. Nog een studio ook natuurlijk, en een plekje in de woonkamer (onder de tv) waar we dikke Bertha konden zetten. Een joekel van een zender, ongeveer zo groot als een bescheiden koelkast.

Op de radio crëerden we een heel ander beeld. Daar klonk het alsof Maeva een hele trits studio’s had. We spraken over de nieuwsstudio, terwijl we het nieuws lazen vanop een stoeltje in de enige uitzendstudio. De produktiestudio’s waar we het vaak over hadden? Tja, die hadden we wel, maar dan verspreid over Vlaanderen bij elke disc-jockey thuis. Kortom, ‘t was een fantasiewereld, maar daar was niks verkeerd mee. ‘t Was niet de bedoeling dat de luisteraar bij ons kon binnenkijken. Op een dag heb ik, tegen alle principes in, een buitenstaander meegenomen naar de Villa. Mijn leraar van de rijschool ontdekte tijdens één van onze autoritten wie ik was, viel daarvan steil achterover (ja, de tijd dat mensen steil achterover vielen als ze mijn naam hoorden, is ècht wel voorbij nu) en bood me onmiddellijk aan om me wat gratis extra lessen te geven, op voorwaarde dat ik hem eens mee zou nemen naar DE Witte Villa. ‘t Werd voor hem een ware teleurstelling toen hij merkte dat Vlaanderens populairste radio ocharme één studio had, en nog een vrij kleine ook. Maar die gratis rijlessen had ik in elk geval op zak.

Patrick Valain besefte dat je Maeva niet zomaar midden in Asse kon neerpoten zonder maatregelen te treffen tegen nieuwsgierige luisteraars en dus kregen we na een tijd… jawel: een omheining. Van een afstand gezien, leek de Villa vanaf dan een beetje een concentratiekamp, en zo werd het ook her en der omschreven. Maar ‘t was zeker niet zo dat wijzelf opgesloten waren of zo, ben je gek! Het gaf het station wel weer een apart imago, het had opnieuw iets ongenaakbaars.

De Villa staat er nog steeds. Een jaar of pakweg vijf geleden ben ik er nog ‘s naartoe gereden, samen met Arie van Loon. Herinneringen ophalen, eens kijken naar een stukje verleden, je kent dat wel. Het is nu ècht een mooi huis geworden met normale bewoners en zo. ‘t Schijnen zelfs Maeva-fans te zijn die dus in een soort van relikwie wonen. We wilden nog aanbellen en vragen of we eens binnen rond mochten kijken, maar we deden het tenslotte maar niet. Jammer, nu kunnen we het niet meer doen, Arie en ik, want Arie leeft niet meer. Spijt komt altijd te laat, vrienden.

(Geplaatst op: 9 juni 2005)

 

Je radio kreeg een kick

Kick FMVanmorgen liep ik op het werk een oude bekende tegen het lijf.
‘t Was enorm druk, het lijkt erop alsof heel Vlaanderen wil overschakelen naar het nieuwe gratis beltarief en dat zullen we geweten hebben. Het was zelfs zo druk dat de obligate plas- en rookpauzes nog korter waren dan anders. Ik bedoel maar, er was weinig tijd om een uitgebreide babbel te houden met Mathieu, maar zelfs die korte babbel was lang genoeg om Marc en mezelf weer eens een bui van opperste nostalgie te bezorgen. [whohit]About Us[/whohit]

Ja, onze tijd bij Kick FM in Herentals, dat was pas een tijd waarvan je een decennium later zegt: “Dàt was nog eens een tijd, vent!”. Kick FM was eigenlijk eerst Contact Herentals, een radio die een tijdje werd uitgebaat (om eens een zeer lelijk woord te gebruiken) door Jeroen Straeter, maar die in de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw in onze handen kwam. Omdat alle stations van het Contact-netwerk verplicht werden om te gaan uitzenden onder een eigen roepnaam, moesten we een flitsende naam vinden voor het hitstation dat we toch waren. Eerst hadden we OK FM in gedachten, maar dat vond Jeroen zo goed dat hij de naam wilde hebben voor zijn eigen Contact in Turnhout. In ruil voor die naam kregen we van hem een compleet jinglepakket, joepie!. We moesten dus nog wel een naam vinden voor ons eigen station en die bedachten Marc en ik ter plekke in een etablissement in Herentals. Tja, het moest een radio worden waarvan de jeugd een kick zou krijgen, opperde Marc. Op dat zelfde ogenblik lazen we in elkaars blik dat we hem gevonden hadden, onze nieuwe naam.

En al zeg ik het zelf (‘t is mijn weblog, dus wie houdt me tegen?), we maakten van Kick FM op heel korte tijd een station dat populairder was dan Contact ooit geweest was. Zoek eens ergens de luistercijfers uit die tijd op, dan merk je het wel. ‘t Was ook de enige periode na Maeva waarin Marc en ik ons op radiogebied echt goed in ons vel voelden. We waren onze eigen baas, namen zelf alle beslissingen en de mensen rondom ons waren zo goed als allemaal toffe kadees. Op zakelijk gebied werden we een flinke kloot afgetrokken door enkele meedogenloze Kempense haaien, maar na tien jaar heeft een mens de neiging om dat leed tijdens een nostalgische bui te verzachten.

Waar zijn ze verdorie gebleven, de mannen van toen? Peter de GrootLuc Van TurnhoutLuc Van BrabantThomas HoefkensBert GiosCyriaque De PeuterBenny van de CobraStijn Colemont en anderen die ik waarschijnlijk zeer onterecht vergeet. Enkele van hen hebben tegenwoordig een eigen radio (Thals FM) die op dezelfde frequentie als toen uitzendt, de machtige 105.7. Eigenlijk moeten we nog eens met de ploeg van toen naar de Griek gaan eten. Mèt sirtaki en alles erop en eraan.

In die tijd reed ik elke dag van Hamme naar de Kempen, via de E17, de Antwerpse Ring en de E313. Ik deed over die afstand minder lang dan ik tegenwoordig doe over het traject naar Mechelen. Marc deed de hele programmatorische en muzikale kant van het station en ik mocht me met de computers bezig houden. Ik programmeerde in Clipper een eigen playlist-generator, die ik The Kick noemde. Daarmee maakten we wekelijks onze eigen playlists, want we wilden zo onafhankelijk mogelijk werken van het moederhuis in Brussel. Het duurde daarom ook heel lang voor we Lemaire een satellietschotel lieten plaatsen. We deden liever onze eigen programma’s.

En in Herentals konden ze niet naast Kick FM kijken. Niet alleen zaten we met de kijkstudio in een winkelpand in één van de drukste straten van de stad, we lieten ons ook regelmatig zien in het straatbeeld. Tijdens de jaarlijkse braderij bijvoorbeeld. Ik had daar zelf wel een hekel aan, en dus bleef ik vaak in de studio maar de dingen die Kick FM organiseerde werden meestal wel een succes. En niet te vergeten: we waren onze eigen baas. Da’s in deze tijden van evaluaties, one-to-ones, KPI’s, incentives en kroontjes op de kop een luxe die er niet meer is.

In het Lantaarnpad was schuin tegenover onze studio de winkel van Jo Van Aelst, een man die een niet te onderschatten invloed heeft gehad op het verdere verloop van onze loopbaan nà Kick FM. Maar daar zal ik het morgen over hebben, dan hou ik nog wat over. Always leave them wanting more.

(Geplaatst op: 6 juni 2005)

Aan u de keuze

StargateZie ze rijden, de gekleurde mannetjes in de Ronde van Italië.
Vijf jaar geleden, in het magische jaar met de drie nullen, stond ik in een ziekenkamer in het gasthuis van Aalst (daar waar de koning ooit lag, ja) en de tv toonde daar diezelfde gekleurde mannetjes tijdens diezelfde jaarlijkse koers. De man in het bed was mijn vader, een koers- en voetbalfanaat in hart en nieren. Met zijn nieren was niks mis, met zijn hart des te meer.
[whohit]-aan u de keuze-[/whohit]

“Het interesseert me niet meer,” zei hij, wijzend naar de fietsende mannetjes.
Welnu, dat vond ik geen goed nieuws. Een paar dagen later, op een zondagochtend, kreeg ik dan ook telefoon van mijn schoonbroer. Mijn vader was er niet meer.
(mijn oma, mijn vader, mijn broer, mijn ex-schoonvader, een aantal goeie vrienden.. hun dood werd me telkens telefonisch gemeld – geen wonder dat ik telefoons heb leren haten.. hoe ben ik ooit bij het fijne kabelbedrijf terechtgekomen, waar ik elke dag uren aan de telefoon zit?)

Zou het verlies aan interesse in iets waar je ooit zo gek van was, altijd betekenen dat je aan het einde van je latijn en van je leven bent? Laten we hopen van niet, vrienden. Mijn interesse voor de hedendaagse radio is nog minder dan die van de doorsnee mens voor diezelfde hedendaagse radio. Nu hou ik me ook niet bepaald wanhopig vast aan de dingen die voorbij zijn, aan de radiojaren van vroeger. Die zijn hoe dan ook onherroepelijk voorbij, dus je daaraan vastklampen heeft geen zin.

Dat neemt niet weg dat ik het af en toe wel aangenaam vind om aan vroeger te denken en eens te luisteren naar de kleine geluidjes die ik sinds kort online zet (zie helemaal bovenaan voor de feed van mijn podcast of http://podcast.benvanpraag.be voor de gewone link). Maar wat dat betreft, is het wellicht uit met de pret. Ik had jullie toch verteld van die ouwe Akai bandrecorder die ik een tijd geleden in bruikleen kreeg van de mannen van Forest? Welnu, ik heb begot een aangetekende dreigbrief gekregen van de twee bejaarde ex-bazen van ex-Forest. Of ik de bandrecorder voor 18 mei wil terugbezorgen, zoniet ondernemen ze juridische stappen. “Aan u de keuze”, zo schrijven ze nog zeer fijnzinnig onderaan. Alsof ik hun prullen zou willen houden, dacht ik enigszins geërgerd na het lezen van de brief. Toen ze een aantal weken geleden zonder waarschuwing de stekker hadden uitgetrokken, beloofde ik dat ze hun bandrecorder natuurlijk terugkregen, nadat ik al mijn oude banden zou overgezet hebben op computer. Geen probleem, zeiden ze toen. En ge zijt toch niet kwaad op ons hé, Ben? Toèn niet, nee.

Enfin, laat ik toch vooral niet té boos worden op die twee broers, hun grijze haren doen me een beetje aan die van mijn vader denken. Plus daarbij: aan het geneuzel in die brief te zien, is hij ofwel geschreven door een would-be advokaat ofwel door de vrouw van één van de broers. Ik heb dat nog meegemaakt in mijn carrière. Radiobazen waar ik voor de rest goed mee kon opschieten, die geregeerd werden door een bitse vrouw. Wee je gebeente als je dààr mee te maken krijgt.

Nu, ik zal wel op zoek gaan naar een tweedehands bandrecorder om de rest van mijn archief voor de eeuwigheid veilig te stellen.

Verder gaat alles naar wens. Mijn vakantie is bijna een week voorbij, het fijne kabelbedrijf is opnieuw mijn dagelijkse decor, de zon schijnt vandaag, er komt een lang weekend aan, mijn belastingsbrief viel dit jaar goed mee en ik ben al een paar weken compleet in de ban van de schitterende serie Stargate SG-1. Kortom, wat er ook verkeerd gaat in dit leven, ik vind altijd wel iets troostend waar ik me aan optrek.

Nu eerst opnemen voor Extra Gold van morgen (flink tegen de stroom in roeien, het is mijn tweede natuur) en daarna op naar nieuwe avonturen van O’NeillTeal’cDaniel Jackson en Samantha Carter. Er liggen hier drie volledige seizoenen op DVD nu. Jaffàààààà!

(Geplaatst op: 12 mei 2005)

Maeva, of de ronde van Vlaanderen

arabellaHeel dat gedoe rond Forest en de stekker die daar heel onverwacht werd uitgetrokken gisteren, deed me vanmorgen (op weg naar het werk) terugdenken aan de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Maeva dik in de problemen kwam door de voortdurende inbeslagnames. We waren inmiddels voorgoed verdreven uit het Ukkelse appartement. De studio’s daar waren uiteindelijk verzegeld en Maeva was voor immer en altijd persona non grata geworden in het Brusselse. [whohit]Ronde VV[/whohit]

De Witte Villa was nog niet gevonden, en dus waren we op de dool, van hier naar daar, steeds weer uitzendend vanop andere locaties in het Vlaamse land.

Zo zonden we een dikke week uit van bij Noël D’Hont bijvoorbeeld (zie Frambosius uit Heusden) en waren we van plan om te gaan uitzenden vanop de Kluisberg, waar toen toch al een relaisstation van ons stond. Ook hadden Valain en de raad van beheer het drieste plan om die enorm hoge mast die jarenlang in Lebbeke stond te kopen en daar een caravan onder te zetten om van daaruit de Maeva-programma’s de ether in te slingeren. Dat laatste idee ging niet door, helaas. Lef had Maeva in elk geval wèl.

Maar waar ik toe wilde komen: Valain had op een dag het idee om gewoon naar een bestaand lokaal station te stappen en met poen uit te pakken om een tijdlang de Maeva-programma’s van daar uit te zenden. Ik ben na al die jaren echt waar kwijt wààr het precies was – andere mensen zullen dat ongetwijfeld wel nog weten – maar het ging in elk geval ongeveer op de volgende manier. Valain nam ons (de live-jongens dus) mee naar dat station. Er was daar al een studio, dus dat was gemakkelijk. Noël bracht een Maeva-zender mee, een dikke Bertha. Het plan was om die aan te sluiten op de bestaande mast en baf! we zouden vertrokken zijn. We kwamen aan bij die radio, samen met de baas van dat station en we gingen binnen. Een plaatselijke dj was programma aan het doen. De baas zei tegen die jongen: ‘We stoppen ermee, Maeva begint hier’ en hij nam hoogstpersoonlijk de naald van de plaat die toen aan ‘t draaien was. De arme dj van dienst mocht meteen beschikken.

De studio stond overigens vlakbij de plaatselijke discotheek en ik herinner me de sensatie toen tijdens het weekend de zender van Maeva keihard stoorde op de geluidsinstallatie. Lang duurde dat avontuur ook niet, maar de baas had wel een stapeltje flappen ontvangen van Valain. ‘t Was heus niet allemaal romantiek hoor, de Maeva-belevenissen. Keiharde poen speelde eigenlijk constant mee op de achtergrond, maar wij lieten dat maar gebeuren, voor ons was het op elk moment een spannend jongensboek, een heerlijk piraten-avontuur waar wij niet alleen op de eerste rij zaten, maar waarin we ook nog eens een hoofdrol mochten spelen.

(Geplaatst op: 5 april 2005)