De Parel van de Noordzee, deel 2

Mijn trouwe kameraad, de Travelmate, staat op mijn schoot terwijl ik in de auto doorheen het Portugese landschap rijd. Ik zit niet zelf achter het stuur. Voor het weer moet je overigens op dit ogenblik niet echt hier zijn, het is bewolkt op z’n Vlaams. Ondertussen maak ik van de gelegenheid gebruik om mijn logje een beetje bij te werken.

Waar was ik trouwens gebleven de laatste keer dat ik het over de parel van de Noordzee had? Zo noemde mijn Mi Amigo-collega Ferry Eden de MS Magdalena, de schuit die langs geen kanten aan een parel deed denken. Overigens, Ferry was nog niet aan boord toen ik op 13 juli 1979 voor het eerst voet op dat zendschip zette. Voet zette is eigenlijk een slechte omschrijving voor wat ik deed, want het was meer een dodensprong dan iets anders. Het was rotslecht weer op de Noordzee, en een voortdurend schommelend niveauverschil tussen de kleine tender en het zendschip maakte het onmogelijk om gewoon over te stappen. Na 25 jaar begrijp ik nog altijd niet hoe ik die sprong overleefd heb, want na het springen hing ik met beide handen vast aan de railing van de Magdalena maar wel aan een heel andere kant dan waar de bemanningsleden klaar stonden om me op te vangen. Het werd dus voor hen rennen om bij mij te geraken en voor mij lichtjes panikeren.

Maar alla, uiteindelijk stond ik dan toch waar zoveel anderen alleen maar van konden dromen: op het dek van een heuse zeezender, met boven mijn hoofd de magische antennes waar muziek uitkwam die ze tot in Noorwegen en Spanje konden horen. Jammer dat het geen mast was zoals bij Radio Noordzee maar een horizontale zoals bij Veronica indertijd. Zo’n grote, vertikale mast op een schip heeft toch net iets meer macho-gehalte.

Tijdens mijn verblijf aan boord zou ik op een dag met een koptelefoon aan dek gaan staan en het geluid van Mi Amigo horen. En die koptelefoon was nergens op aangesloten, beste vrienden. Ik stond daar gewoon met de stekker in de hoogte en ik hoorde Mi Amigo, geloof het of niet.

Aan boord waren behalve de dj’s die ik al eerder noemde, enkel een paar bemanningsleden uit Ghana en een Griekse kapitein. Kees Borrel, de legendarische zendertechnicus van de vorige Mi Amigo-boot, was er ook maar hij zou meteen met de tender vertrekken naar het vasteland.

Ik kreeg een eigen kajuit. Jaja, een kajuit. Nog zo’n woord dat mijn fantasie op hol deed slaan. Trouwens, ik was nog vergeten zeggen dat Patrick Valain mee aan boord was gegaan, omdat hij de studio wilde nakijken, het klonk niet helemaal zoals het moest. Mijn eerste nacht deelde ik mijn kajuit met Patrick, die het bed boven mij in beslag nam. Ik wist toen niet dat Valain amper twee jaar later een veel grotere rol in mijn loopbaan zou gaan spelen. Samen een kajuit delen, het zou verbleken bij onze verdere avonturen in Ukkel en Asse.

Toen Wim de Groot mij de studio liet zien, stond ik al te bibberen op mijn benen. Tjonge, dat was nog eens wat anders dan die ene cassettedeck waarop ik mijn proefprogramma in elkaar had gedraaid. Was dàt nu een mengtafel? En die microfoon, zou ik daar echt in moeten praten? Ze lieten er geen gras over groeien, want diezelfde avond werd ik al voor de leeuwen gegooid. Wim zou een bandje laten meelopen in een radio naast de studio, en dat bandje heb ik nog steeds. Ik geloof dat ik in 25 jaar twee keer naar dat programma heb geluisterd, elke keer met de nodige afschuw. Maar ja, iedereen is ooit moeten beginnen. Alleen begint niet iedereen onmiddellijk bij een station dat in grote delen van Europa te ontvangen is.

Het had wel degelijk iets natuurlijk, hoe slecht het ook was. De eerste keer dat ik ‘Dit is Radio Mi Amigo Internationaal’ mocht zeggen, dat deed mijn hartje toch een beetje harder slaan, dat kan je wel denken. En de allereerste Mi Amigo-jingle die ik draaide, was ook heel bijzonder.

Nog zo van die herinneringen:
‘s Nachts op het dek staan roken (Marlboro, gratis geleverd aan huis met de tender), over de railing leunen en heel in de verte de lichtjes van de Belgische kust zien en voor de rest niks dan duisternis en het geluid van de zee. Klots klots. Over de stormen vertel ik later nog wel, nu hou ik het wat romantisch.

Het nieuws mogen doen. Een radio afgestemd op BRT 1 of op Hilversum en dan maar het nieuws jatten, beetje in een andere vorm gieten en uittikken op een oude schrijfmachine. En dan voorlezen op de radio. Ik herinner me die keer dat ik in het programma van Ferry Eden nieuws moest lezen en zo nipt op tijd in de studio kwam dat ik niet meer met Ferry van plaats kon wisselen en dan maar nieuws las vanop zijn schoot. Zou hij dit niet te persoonlijk opvatten? vroeg ik me tijdens het nieuwslezen af. Zijn voorkeur en die van zijn vriend Jerry Hoogland (ja, de Peter heeft dààr zijn naam gehaald) waren me inmiddels bekend namelijk.

Over voorkeuren gesproken: op een dag zonder kloppen binnenvallen in de kajuit van de twee Ghanezen (niet opzettelijk! toevallig!) en die twee daar aantreffen met de broek op de grond, vrolijk spelend met elkaars dingeling.

Of de vijftiende augustus van het Jaar Onzes Heren 1979. Ook een dag om nooit uit te wissen. Een schip met heel veel (honderd? meer?) Mi Amigo-fans kwam langs, op initiatief van de fanclub. De boot draaide uren lang rond de Magdalena, en ondertussen zat ik programma te doen. Ik kon de reacties tot in de studio horen als ik iets zei.

En dan die dagen dat ik Ook Goeiemorgen mocht presenteren, het programma waar ik zelf trouw naar luisterde toen het nog vanop de MV Mi Amigo werd uitgezonden. ‘s Nachts zonden we in die periode niet meer uit, om brandstof te sparen. Dus ik mocht om kwart voor zes ‘s morgens, nadat ik uit mijn nest kwam gekropen, die grote middengolfzender aanzetten. Waauw. En nog geens waauw. De kracht die daarvan uitging. En dan in de studio al om 5.55 wat jingles draaien, om de freaks een plezier te doen. En om zes uur echt beginnen, met de eerste plaat en dan die vrolijke tune van OGM. Plim plom plim plom plim plam plim plam… tarara.

Ja mannekes, ik weet dat ik slecht was, maar van die hele periode die amper drie maanden zou duren, heb ik in al die 25 jaar daarna nog geen seconde spijt gehad. Ik zou het op dit moment in de tijd nooit doen, gesteld dat ik het zou aangeboden krijgen, maar gooi mij met een knal terug naar 22-jarige leeftijd in 1979 en ik zou zonder nadenken opnieuw op die boot gaan zitten.

Maar ja, de Magdalena bestaat niet meer, hij is ontmanteld, en het zou me sterk verwonderen als er ergens op de wereld nog een stukje roestig metaal van dat schip bestaat. ‘t Ging voorbij hé, zoals alles.

(Geplaatst op: 17 augustus 2004)

Geef een reactie